28mrt

Baarn

DriewielerHet was een mooie zonnige dag toen ik als 3 jarig meisje op mijn driewieler de oprit van ons huis af fietste. Ik had alleen een onderbroekje aan, maar ik was me daar helemaal niet van bewust toen ik linksaf de Javalaan op reed. Met mijn blote voetjes duwde ik de trappers een voor een naar beneden,  langs alle buren in de straat. Niemand was buiten, niemand leek me te zien.

Bij de wegwijzer op de hoek van de Javalaan en de Oosterstraat heb ik nog even stil gestaan. Ik weet nog goed dat ik vond dat ik al heel ver weg was van huis. Het was 1978 en er was toen nog niet heel veel verkeer in Baarn. Dat is nu wel anders. Het kruispunt waar ik bijna 36 jaar geleden zonder ongelukken de straat over had kunnen steken, wordt nu beheerst door stoplichten aan 4 kanten opdat botsingen worden voorkomen. Maar destijds was het stil om me heen,  en was ook nog niemand me achterna gekomen.

Dus vervolgde ik mijn weg naar links, de Oosterstraat in. Halverwege de straat zag ik onze blauwe stationwagen voorbij rijden met mijn moeder achter het stuur. Ik stopte en keek haar na terwijl ze zonder om te kijken door rijden. Het beeld dat ze recht vooruit keek en mij niet leek te zien ben ik nog altijd niet vergeten. Had ik haar moeten roepen misschien? Of had ik dat wel gedaan, maar niet luid genoeg wellicht? Ik wist het toen al niet eens meer…Dus ik fietste maar door.

En op het moment dat ik stil stond op de hoek van de Oosterstraat en de Westerstraat  en me zat te bedenken welke kant ik hierna op zou gaan, kwam de mevrouw van de slagerij, die aan de overkant van de straat zat, op me afrennen. Ze riep dat ik niet de straat over moest steken, terwijl ik dat niet van plan was eigenlijk. Ergens voelde ik toen wel opeens de neiging om dan toch maar de straat over te steken omdat zij die keuze nu had gegeven, maar ze was al bij me voordat ik iets kon doen. Ze tilde me in een ruk van mijn driewieler en nam mij op haar heup en mijn fietsje in haar hand mee naar binnen. Daar vroeg ze of ik wist waar ik woonde en hoe ik heette. Ik wist haar in ieder geval te vertellen dat mijn achternaam Bos was, maar verder niets. Dat ze het telefoonboek heeft gepakt en daar op naam van Bos in de buurt moet zijn gaan zoeken, ontging mij volledig. Ik moest lekker op het bankje in de winkel gaan zitten en kreeg daar een plakje worst van haar. Mijn beentjes bungelden onder het bankje en de slagersvrouw praatte met mij van achter de toonbank.

Toen ik moest plassen mocht ik achter de toonbank langs en naar de wc in het gangetje erachter. De deur van de wc bleef open en zij wachtte totdat ik klaar was. Ik weet nog dat het plassen prikte en dat ik dat tegen haar zei. In mijn herinnering kreeg ik daarom, misschien als troost tegen de pijn, zo’n plastic babyflesje gevuld met manna, gekleurde gepofte rijst. En net toen ik daarmee weer naar mijn plaats op het bankje in de winkel wilde gaan, tilde zij me op zodat ik over de toonbank heen kon kijken. Voor de toonbank stonden opeens mijn vader en een stel van mijn broers, breed glimlachend. Ik was helemaal verbaasd over deze massale opkomst, de gelukkige gezichten om mij te zien, de aandacht van zoveel tegelijk! En tegelijkertijd flitste de vraag door mijn hoofd of dit dan ook betekende  dat ik de net gekregen snoepjes nu zou moeten delen?

Wat daar het antwoord op was weet ik niet meer…zoals het einde van een film door de letters ‘The End’ wordt aangekondigd, gaat mijn enorm levendige gedetailleerde herinnering niet verder dan de verwondering die ik voelde vanuit de armen van deze slagersvrouw in Baarn.

Monuments of life no. 3Monuments of life no. 3 inhoudVerschenen in
Monuments of Life no. 3
Oktober 2014
ISBN: 9789081938433

Een tip of aanmoediging? Leuk als je die hier achter laat

© Copyright 2014, All Rights Reserved