1jun

Wanneer is het genoeg?

Al fietsend door de stad kom ik altijd verhalen tegen. Dat kunnen verhalen zijn die mensen mij laten zien, zonder zich er bewust van te zijn. Voorwerpen kunnen ook een hele geschiedenis overbrengen, vooral wanneer  in mijn hoofd personificatie van het wezenloze object heeft plaats gevonden. Mijn hersenen draaien overuren wanneer ik door de verhalen die ik zie van de ene gedachte in de andere terecht kom. Zo ook een week geleden…

Op de stoep liep een nette jongeman, mooi pak aan, goeie kop. De uitdrukking op zijn gezicht veranderde van neutraal in een ‘hè, hoe zit dat dan, huh?’, inclusief openvallende mond en verbaasde blik. Misschien zag hij iets waar ik nu net niet naar keek, dat kan natuurlijk. Ik moest er in elk geval om glimlachen want zou hij met iemand in gesprek zijn, dan is zo’n non-verbale uiting nog wel te plaatsen, maar nee, hij liep alleen. Dus dan moet het wel een hele sterke gedachte zijn geweest die hem zichtbaar overviel.

Ik zie dat wel eens bij Julian. Die kan ook zo welgemeend verrast kijken als hij opeens met een bons ontdekt dat hij niet door een glazen deur kan lopen. Enorm grappig om te zien natuurlijk, helemaal omdat hij zich er nog niet helemaal van bewust is dat ik zijn expressie waar kan nemen. En vooral: daardoor zijn gedachten kan lezen. Dat is de reden waarom hij met de jaren zal leren zijn blikken te controleren, iets wat wij, volwassenen, al doen. Er is immers niets zo erg als wanneer je bij vrienden bent uitgenodigd om te komen eten, je het eten niet lekker vindt en je die ontdekking uit door je gezicht naar achteren te trekken terwijl je met een luid ‘bleugh’ je tong uitsteekt. Dat doe je gewoon niet. 🙂 Nee, je slikt het vieze maaltje door, laat een optimistisch ‘hmm, zo heb ik het nog nooit gegeten’ klinken en glimlacht naar de gastheer- of vrouw.

150514 Keukenhof samenJulian zal dat nog wel leren…van mij, van zijn vader en door met andere kinderen om te gaan. Net als alle andere ontwikkelingen die hij nog mee zal maken, probeerde ik te visualiseren hoe hij eigenlijk zou zijn als bijvoorbeeld jongeman. Zou hij dan ook over straat lopen in zo’n mooi pak. Gek idee dat ik al die tijd naast hem zal staan, figuurlijk gezien dan, en hem mede zal begeleiden door alle verschillende fases.  Tot twintiger…tot dertiger…Hoe zou hij trouwens zijn als vijftiger flitste er opeens door mijn hoofd… en hoe als oude man van tachtig? Dat laatste zal ik sowieso niet weten, want  116 is niet echt een leeftijd waar ik op mag rekenen.

Maar ineens kreeg ik er een onbestemd gevoel bij toen ik dacht aan het feit dat ik een deel van zijn leven er niet zal zijn, niet zal mogen meemaken.  Als ik nu zou wegvallen zou dat verschrikkelijk zijn, ik ben nog zo benieuwd naar hoe hij het op school gaat doen, hoe hij zal zijn als hij zelfstandiger wordt, hoe hij er uit zal zien als tiener, wat hij gaat worden en waar zijn passie ligt. Ik kijk er echt naar uit dat allemaal te mogen meemaken. Om groei, in alle opzichten, van zo dichtbij te mogen ervaren, dat kan alleen bij je eigen kind. Dat voelt echt heel bijzonder!

Tegelijkertijd vraag ik me af of mijn eigen moeder dat ook zo heeft beleefd. Zij is de ervaringsdeskundige op dit gebied. Zij heeft in hetzelfde schuitje gezeten als ik nu. En dan niet eens één keer, maar vijf keer. Misschien niet zo bewust als ik, maar zij zal zich toch ook hebben verwonderd over alle ontwikkelingen, zo enorm verschillend van elkaar ook, van al haar kinderen?

Maar wanneer ben je verzadigd… voldaan. Ik kan me er niets bij voorstellen. Mijn zoon en ik beginnen zo langzamerhand echt maatjes te worden en ik zie het traject ook wel voor me dat we geleidelijk aan een onafscheidelijke band gaan krijgen, bijna als beste vrienden in voor- en tegenspoed. Ik zie het ook gebeuren dat hij alles aan mij zal vertellen, altijd…tot hij misschien net zo oud is als ik nu ben, veertig jaar. Maar misschien zijn er dan geen echt nieuwe dingen meer en heb ik de allerbelangrijkste momenten van zijn leven al meegemaakt. Ik kan het alleen maar gaan ontdekken, wie weet hier nu het antwoord op? Ja, mijn moeder zou het kunnen weten. Is zij misschien al verzadigd? Voldaan?

Wanneer heb je voldoende van je kinderen gezien? Wanneer kan ik me met een gerust hart overgeven aan de gedachte dat ik geen 116 jaar zal worden en mijn liefste mannetje niet oud zal zien worden. Wanneer verdwijnt die enorme behoefte om hem vooruit te zien gaan, te zien groeien en vooral ten tijden daarvan er een flinke steen aan te mogen bij dragen? Wanneer verdwijnt dat intense gevoel van houden van naar de achtergrond om plaats te maken voor een normale behapbare portie liefde? Wanneer weet ik dat het , als ik ooit afscheid moet nemen, niet die ondraaglijke pijn gaat doen die ik nú al voel als ik er maar even aan denk? ‘Mam, vertel eens, weet u het al?’

4 comments

  1. Nee, het gevoel van alles willen weten over je kinderen blijft. Zelfs als ze een eigen leven hebben opgebouwd. Toch vertrouw ik genoeg op onze opvoeding om ze los te kunnen laten. Maar ze kunnen altijd terug komen, al is het maar voor wat klets en een kop koffie. No matter what ze ook uithalen…

  2. De moeder van Valérie Bos

    Het gevoel, dat je altijd zou willen weten, hoe het je kinderen vergaat, gaat nooit weg, Soms is het erg om oud te worden en te zien, dat het lang niet altijd even goed gaat met bv. één van je kinderen. Maar als je bent overleden, zul je het nooit meer weten en dat is maar goed ook. Tijdens je leven blijf je altijd WILLEN weten hoe het allemaal gaat met ze. Je ontkomt hier nooit, maar dan ook nooit aan. Dan is een goed contact met ze altijd een heerlijk iets. Je kinderen blijven altijd een stukje van jezelf. Verder weet ik niet hoe het te verwoorden. Je verhaal is weer prima !!

  3. ik vind dit leuk, maar niet via een andere site

Een tip of aanmoediging? Leuk als je die hier achter laat

© Copyright 2014, All Rights Reserved
%d bloggers liken dit: