15apr

Held

Ik ben geen held. Toen bleek dat ik alleen met Daniel naar het consultatiebureau moest afgelopen woensdag, beïnvloedde dat zeker mijn humeur. Voor het eerst met de baby met het openbaar vervoer , voor het eerst naar buiten op een door ánderen vastgestelde tijd, voor het eerst een gesprek over de baby zonder bijval van zijn vader … zeg maar gerust dat ik baalde als een stekker.

Het was een uur voor vertrek dat Daniel zijn ogen dicht deed en zich totaal ontspande in mijn armen. Alvast in de Maxi-Cosi leggen was mijn idee. Ik boog langzaam voorover, liet zijn onderlijfje rusten op de zachte bekleding van het stoeltje en haalde mijn linkerarm weg. Mijn rechterarm liet ik langzaam richting zijn hoofdje glijden terwijl ik hem met een vloeiende beweging één liet worden met het stoeltje. Bijna onmerkbaar waren mijn armen verwisseld door de zachte ondergrond van de Maxi-Cosi. Ik deed een stap naar achter en durfde bijna te glimlachen totdat ik de eerste fronsjes alweer zag verschijnen op het hoofdje van het kindje en de eerste kreuntjes van protest mijn oren bereikten. Nog geen dertig seconden later keek ik naar een brullend kind dat blijkbaar niet zo blij was met deze wisseltruc. De poging om een speen zijn mond te doen sluiten ging mis. De neptepel van plastic werd met kracht weg gespuugd. Tegelijkertijd opende zich één oog dat verontwaardigd rondkeek wie hem zo had denken te foppen. Dat oog vond mij en een nog hardere brul volgde. Gesnapt probeerde ik het goed te maken door hem weer tegen me aan te houden, hem rustig te wiegen terwijl ik ondertussen het ene kusje na het andere gaf.

Uiteindelijk heb ik nog snel wat poeder met water gemengd en hem te eten gegeven vlak voor vertrek. Als extraatje, want hij had een kleine twee uur daarvoor toch een heuse plens melk naar binnen geklokt. Toen snel in de wagen, deken erover heen, mijn jas en schoenen aan, luiertas mee en de deur uit. Onderweg haalde ik het briefje uit mijn zak waarop de tijden en haltes stonden die mij naar het Everweertplantsoen zouden moeten brengen. Nagenoeg ging alles gesmeerd en meldde ik mij kwart voor drie aan de balie. ‘Welkom!’ zei de dame achter de balie vriendelijk ‘U mag Daniel in de wachtruimte rustig uitkleden’. Eerst mijn eigen jas uit dacht ik. Het ritje met bus 69, overstappen op tram 17 met 1 minuut overstaptijd was dan weliswaar zonder problemen verlopen, ik had het er wel warm van gekregen. Daniel lag heerlijk te slapen…tot het moment dat ik hem van zijn kleding ontdeed dat hem wakker deed schrikken. Een gepassioneerd bekkenist is er niets bij. ‘Sorry Daan’, zei ik nerveus ‘ik vind dit ook helemaal niet leuk’ en hield hem maar weer tegen me aan, sussend en wiegend.

‘Plast hij goed’ was een van de eerste vragen die me werd gesteld door de verpleegkundige. ‘Nou, het bewijs ligt helaas in meervoud in de wachtruimte, dus ja’ antwoordde ik. Vlak voordat ik naar binnen werd geroepen dacht ik namelijk nog even snel de luier van Daniel te verschonen. Natuurlijk plaste hij op het moment dat de luier open ging. Maar dat ken ik inmiddels, dus geen punt, luier snel weer dicht houden en wachten tot de fontein is gestopt. Jammer genoeg was ik niet helemaal op tijd geweest en had een deel van de plas de reis van aankleedkussen naar grond al afgelegd. Met mijn ene hand op Daniel’s been en in de andere hand een schoonmaakdoekje boog ik om de grond te dweilen. Ik had beter moeten weten…de warmte van plas nummer twee was duidelijk voelbaar op mijn arm en hoewel ik nog een luttele seconde dacht dat dit puur een paar druppels waren zag ik hoe in korte tijd een plas was ontstaan op het aankleedkussen. Op dat moment werd ik geroepen… Wat een klungelig beeld,  zo’n verhitte moeder temidden van kleertjes, volgeplaste luiers, misplaatste plas en een intens huilende naakte baby half ingewikkeld in een hydrofiele doek.

20160405_165335-1Terwijl ik het zweet op mijn gezicht en onder mijn armen uit alle mogelijke poriën traag maar gedecideerd naar buiten voelde komen gaf ik toch maar toe en legde de inmiddels krijsende Daniel aan mijn linkerborst. Al snel keken een stel dankbare blauwe ogen mij aan en kon ik mijn gesprek over hem, zijn groei en zijn onrust, met de verpleegkundige vervolgen.

‘Kijk’ zei de verpleegkundige toen ze me wees op een punt in het luchtledige boven een stel gebogen lijnen die de gemiddelde groei van een acht weken oude baby moesten voorstellen. ‘Hij is echt heel erg groot met zijn 66,3 cm … en hoewel zijn gewicht ook nog bovengemiddeld is met 6665 gram mag dit nog wel een beetje omhoog om het in verhouding te laten zijn met de lengte … dus het is niet zo gek dat hij vaak vraagt … hij heeft gewoon écht honger’.

Ik nam het zwijgend voor waar aan en kon mijn ogen alleen maar gericht houden op dat kereltje van wie het ontblote lijfje tegen het mijne plakte en wiens ogen in die van mij keken. Ik brak bij de vraag ‘Maar hoe gaat het met jou?’ Ik heb hem honger laten lijden dacht ik alleen maar en ik ben er in feite nog boos om geweest ook. Ik heb hem soms laten huilen, niet lang, en soms aan Menno gegeven, ook niet lang, want honger kon het in ieder geval niet zijn…dachten we. Ik dacht aan de chaos thuis en in mijn hoofd omdat mijn aandacht de hele dag door wordt opgeëist door Daniel. Of ik hulp had werd er gevraagd. ‘Waarbij dan?’ vroeg ik lichtelijk verbaasd, ‘ik ben namelijk de enige die Daniel kan voeden, toch? Het huishouden? Moet ik dan iemand vragen om de was te doen, de vaatwasser uit te ruimen en voor me op te ruimen? ’

Ik ben eergister na het consult redelijk verdoofd weer naar huis gegaan. Ja, de inentingen waren pijnlijk voor Daniel, daar was ik bang voor, maar vooral het feit dat, hoe goed ik hem ook heb helpen groeien deze twee maanden, ik hem toch onvoldoende blijk te kunnen bijbenen, is er nét iets meer ingehakt.

Uit schuldgevoel heb ik elk moment dat hij ook maar een kik gaf, hem aan mij laten hangen, tot gistermiddag aan toe. Maar nu ben ik op … en dat is merkbaar, ik produceer minder waardoor Daniel weer meer huilt. Het is niet anders, ik heb mijn best gedaan, ik heb alles gegeven wat ik kon, maar de poedermelk moet het nu toch echt van me gaan overnemen.

Ik zei het toch… ik ben geen held.

3 comments

  1. Superherkenbaar! En je bent wel een held! Kijk wat je allemaal hebt gedaan terwijl je het liefst weg wilde rennen! En je hebt alles gerobeerd… een echte held zorgt ook goed voor zichzelf.

  2. Heel erg herkenbaar hoor! En die precieze tabellen van het CB zijn maar gemiddelde… Goed gedaan, Held!

  3. Je bent juist wel een held!! Je hebt een hongerige baby in 8 weken enorm laten groeien ondanks dat ie nog honger had! Powergirl!!Superhero!

Een tip of aanmoediging? Leuk als je die hier achter laat

© Copyright 2014, All Rights Reserved